‘Waarom zou je blijven trekken aan een dood paard?’
Pieter, kalend en klein van stuk waardoor zijn regenjack een paar maten te groot lijkt, neemt een slok van zijn koffie. Pieter is gepensioneerd en getrouwd met mijn nicht Joke. Joke is architectuurhistoricus en ik heb haar gevraagd binnenkort met mij naar De Kuip te gaan voor een rondleiding, in de hoop dat zij een architectuurhistorische beschouwing zal schrijven over dit fenomenale stadion.
Het is juni 2018. Na een rondleiding door het raadhuis van Hilversum, hoogtepunt in het werk van architect Willem Dudok, lunchen wij op het terras van café-restaurant De Jonge Haan.
‘Omelet met zalm?’, vraagt de jonge serveerster met drie borden in haar handen.
Ik steek mijn vinger op.
Het gesprek komt op het stadionplan van Feyenoord City. Ik pel het plan af. Locatiekeuze. Financiering. Exploitatie. Verdienmodel. Pieter luistert aandachtig, maar geeft verzet geen kans. ‘Dat nieuwe stadion komt er toch wel.’
De eerste hap van mijn omelet geeft mij tijd op zijn woorden te kauwen.
‘Daar ben ik niet zo zeker van. Maar als het zover komt, moet alles gezegd zijn dat gezegd moet worden.’
‘Choose your battles, Frans.’ Pieter zegt het alsof hij mij in bescherming wil nemen. Misschien niet zo gek, want er zit veel tijd in de strijd tegen de krachten die dit plan erdoor willen drukken.
‘Ben je niet bang dat je verbittert?’ Wil Pieter mij ontmoedigen?
Als de serveerster ziet dat wij klaar zijn met eten, komt zij naar ons toe. ‘Kan ik nog iets voor u doen?’
‘Voor mij een koffie, alstublieft. Zwart graag.’ ‘Lekker bitter’, knipoog ik naar Pieter.
Vijf jaar later is het stadionplan van Feyenoord City van tafel, Feyenoord blijft in De Kuip en investeert weer in benen in plaats van stenen.
Het doodgewaande paard blijkt nog springlevend.
Frans
