Wat weinig mensen weten, is dat ik vroeger ook wel eens Willem was. In mijn dromen en in het echt. Als ik op straat voetbalde, was ik Willem. Ik adoreerde hem. Ik observeerde hem. Net zolang tot ik kon lopen als Willem, iets voorovergebogen, mijn benen gekromd. Ik raakte de bal met de buitenkant, precies zoals Willem. Nou ja, met rechts dan, maar toch voelde ik me Willem. Ik kon lachen als Willem en deed daarbij zelfs of ik zijn overbeet had. Ik kon de bal neerleggen voor een vrije trap, zoals Willem. Kortom: door te denken en te doen als Willem wérd ik Willem. Dit observeren en imiteren noemen ze in de psychologie ‘modelleren’, leerde ik jaren later. Dat dit heel krachtig kan zijn, bleek wel uit het feit dat ik er warempel beter door ging voetballen. Dat dacht ik zelf althans.
Op een gegeven moment nam ik ook wat van Willems eigenzinnige trekjes over. Zo besloot ik te gaan spelen met afgezakte kousen. Dit had ik afgekeken van Willem. In die tijd was het nog toegestaan te spelen zonder scheenbeschermers. Die scheenbeschermers had Willem sowieso niet nodig, want voordat een tegenstander hem had kunnen raken, was dat meestal andersom al gebeurd.
Hoewel mijn vader fan was van Willem, was hij dat niet van een zoon die speelde met afgezakte kousen. Nadat ik het eens in mijn hoofd had gehaald een deel van de wedstrijd met afgezakte kousen te spelen, kreeg ik dat na afloop te horen. Wat meespeelde, was dat hij niet wist dat ik Willem geworden was. Want hij hield wel van eigenzinnige types. Buiten het voetbal hield hij van kleurrijke figuren als Bette Midler, Rainer Werner Fassbinder en Wim T. Schippers. Op voetbalgebied was hij fan van Garrincha, George Best en Willem. Wat hem betreft kon een voetballer zich rare fratsen permitteren op één voorwaarde: hij moest ook wel wat kunnen. Daar zat bij mij het probleem, denk ik.
Ik herinner me dat ik eens besloot te spelen met mijn shirt uitde broek. Dat was toen niet gebruikelijk en voorbehouden aan eigenzinnige voetballers als George Best. Omdat mijn vader fan was van Best, zou hij mij dit vast wel vergeven. Toen ik van de kleedkamer naar het veld liep, passeerde ik mijn vader en hoorde ik hem sissen: “Shirt in je broek!” Het betekende het einde van de Nederlandse George Best.
Frans
