Schijnbaar onbelangrijke gebeurtenissen in je jeugd kunnen je de rest van je leven bijblijven. Uit de tijd dat ik als jochie met mijn vader naar Feyenoord ging, herinner ik me dat hij in De Kuip wel eens pinda’s voor mij kocht. Een rood kartonnen doosje met daarin een zakje vacuüm verpakte zoute pinda’s. De geur en de smaak hebben mij nooit verlaten.
Net als het geluid van de metalen toeter waarmee ik Feyenoord in De Kuip hartstochtelijk naar de overwinning blies. Tot ik een keer te veel op de wedstrijd lette en mijn toeter werd gepikt. Mijn verdriet om het verlies van de toeter was minder groot dan mijn verbijstering toen ik besefte dat ik door een kameraad was bestolen.
Ik kreeg een nieuwe toeter, die ik nooit meenam naar De Kuip.
Ook herinner ik me dat vlak bij De Kuip op een muur – of was het een garagedeur? – ‘FORZA INTER’ was gespoten. Het moet rond 1972 zijn geweest. Toen wij er na afloop van een wedstrijd, op weg naar het station tegenover De Kuip, voorbijliepen, trok ik aan mijn vaders hand en wees naar de tekst. ‘Wat betekent dat?’ vroeg ik.
Hij keek opzij. ‘Dat is Italiaans. Het betekent ‘Hup Inter’. Het is een aanmoediging voor Inter, een club uit Milaan, in Italië.’
Italië klonk voor mij toen nog heel ver weg. Zijn antwoord vergrootte mijn verwarring. ‘Waarom staat dat dan hier?’
‘Inter heeft hier tegen Ajax gespeeld’, zei mijn vader kortaf.
Dat deze tekst verwees naar een wedstrijd die de aartsrivaal had gespeeld in onze Kuip, beviel me niet. Tot ik bedacht dat deze aanmoediging voor de tegenstander misschien wel was geschreven door een Feyenoord-supporter die hoopte op Italiaans succes. Die gedachte troostte me en sterkte me in de overtuiging dat een andere club in Rotterdam wel een wedstrijd kan winnen, maar nooit de harten.
Frans
