Dodelijk saai waren ze altijd, de aandeelhoudersvergaderingen van Stadion Feijenoord N.V. De dodelijk saaie stadiondirecteur Jan van Merwijk presenteerde monotoon de jaarresultaten, de commissarissen zaten achter een lange tafel dodelijk saai te wezen en de zaal was gevuld met aandeelhouders van wie een aantal zat te knikkebollen en andere af en toe plichtmatig applaudisseerden.
In de tijd dat het stadionplan Feyenoord City op de agenda stond, waren besluiten voorafgaand aan de vergadering al voorgekookt met de meerderheidsaandeelhouder – aanvankelijk Sportclub Feyenoord, nu Stichting Kromme Zandweg – en met de Vereniging van Aandeelhouders Stadion Feijenoord (VASF). De overige aandeelhouders mochten vragen stellen en kanttekeningen plaatsen en daar werd dan niks mee gedaan.
Met de beoogde eenwording van stadion en club ligt dat anders. Om nieuwe aandelen uit te geven die enkel door de club kunnen worden verworven, moeten de statuten worden gewijzigd en dat kan niet zonder de aandeelhouders met een zogeheten V-aandeel.
Het wantrouwen dat directie en commissarissen hebben opgebouwd, komt nu als een boemerang bij hen terug. Jarenlang hebben zij aandeelhouders genegeerd en geschoffeerd en met steun van de meerderheidsaandeelhouder hebben zij Stadion Feijenoord aan de rand van de afgrond gebracht.
Nu is het pay back time.
Ook letterlijk, want naast de statutenwijziging ligt er een conceptvoorstel om de V-aandeelhouders uit te kopen. Dat willen de aandeelhouders best. In de media worden zij afgeschilderd als geldwolven zonder hart voor de club, maar in werkelijkheid zijn het supporters die het vooral te doen is om behoud van hun zitplaatsrecht.
Als dit tijdens de jongste algemene ledenvergadering van de VASF ter sprake komt, neemt een van de aandeelhouders het woord. Hij pleit voor verlenging van de duur van de voorgestelde zitplaatslicentie. Hij refereert aan de Amsterdam Arena: “Daar heb ik enkele jaren geleden twee zitplaatslicenties gekocht.”
Vanuit de zaal klinkt hoongelach en boe-geroep.
De aandeelhouder probeert zich te redden met: “Die kocht ik voor wedstrijden van het Nederlands elftal.”
Opnieuw klinkt er hoongelach en boe-geroep.
De meeste aandeelhouders zijn ook maar gewoon Feyenoord-supporter, maar dan met een aandeel.
Frans
