Als Dirk Kuyt in de zomer van 2006 in een volle Kuip afscheid neemt van Feyenoord om voor Liverpool te gaan spelen, sta ik met mijn oudste zoon, toen net 7 jaar oud, zo dicht mogelijk bij het veld om hem vaarwel te zwaaien.
We gunnen hem het beste, maar het afscheid valt ons zwaar, want Dirk is onze held.
Dirk zegt: “Ik kom terug.”
Mijn zoon zal het in de jaren daarna nog vaak herhalen: “Dirk komt terug. Hij heeft het zelf gezegd”. Dat kan ik niet ontkennen en dat doe ik dus ook niet. Toch denk ik steeds ‘zien is geloven’.
Dirk houdt woord. In de zomer van 2015 keert hij terug bij Feyenoord. Niet iedereen gelooft dat dat een goede keuze is. Zogeheten kenners wijzen op zijn leeftijd: Dirk is dan bijna 35. Het legioen is ook verdeeld. Niet iedereen gelooft in Dirk.
In zijn droom – kampioen worden met Feyenoord – gelooft al bijna helemaal niemand. Behalve Dirk zelf dan.
Als Feyenoord in het seizoen 2015/2016 zeven opeenvolgende wedstrijden verliest, is er één die het geloof dat het goed komt, niet verliest: Dirk.
Feyenoord weet zich te herpakken en wint de KNVB Beker.
Maar Dirk heeft een hoger doel: kampioen worden met Feyenoord. Hij infecteert zijn medespelers, de staf, de club en de supporters met het geloof dat het kan. En met de overtuiging dat je daar niet de hoogste begroting voor nodig hebt en ook geen nieuw stadion. Wat je nodig hebt, is geloof.
En zie: Feyenoord wordt landskampioen en presteert iets, waarin een jaar eerder niemand geloofde. In de kampioenswedstrijd bekroont Dirk het seizoen en zijn carrière met drie onvergetelijke goals. Na de KNVB Beker schenkt hij Feyenoord en het Legioen ook de schaal.
Dirk geeft ons nog iets veel groters. Iets wat we ergens onderweg waren kwijtgeraakt: het geloof in onszelf. En de wetenschap dat dit geloof een keuze is en uit eigen kracht wordt voortgebracht.
Nu Dirk is gestopt, blijft hij betrokken bij de club. Zodat hij kan waken over zijn belangrijkste nalatenschap: het geloof in onszelf.
Frans
