“Ik heb het!” Mark zit rechtop in bed en kijkt op de Wimbledon-wekker op het nachtkastje. Het is 06.02 uur. ‘Mooie tijd’, denkt hij en hij moet erom lachen.
Hij is klaarwakker. ‘Ik ga meteen Frank bellen.’ Hij slaat zijn dekbed open en pakt zijn mobiele telefoon. Dan bedenkt hij zich. ‘Het is nog te vroeg. Eerst thee.’
Hij stapt uit bed, in zijn slippers en loopt in zijn tennispyjama de trap af.
‘Frank zal niet weten wat-ie hoort. Dit is weer geniaal, al zeg ik het zelf.’
07.15 uur
“Miet Frank. Heb jaaj in je bed gepiest?”
“Haha. Nee joh, ik heb een idee.”
“Een idee? Dan kan jaaj beter de kraant bellen.”
“Haha, grappig. Hé, luister. Je weet toch dat er volgend seizoen een nieuw Europees toernooi komt?”
“Ja, duhuh. Iek kom niet out een aai. De Conference League.”
“Precies. De Conference League.”
“Het afvoerpoetje van het ienternationale voetbaal.”
“Oké, maar welke club won eerder de Conference League?”
“Iek begraajp jou niet.”
“Heel simpel: welke club won eerder de Conference League?”
“Niet eentje, want het is nieuw.”
“Precies. En als wij die winnen, zijn we de eerste. Voor altijd. Voor altijd de eerste.”
“Uh ja, maar waat ies dan jouw idee?”
“Dat jij nu als de sodemieter Dickie belt en hem vertelt dat-ie niet te veel wedstrijden mag winnen, zodat wij als vijfde eindigen en straks in de voorrondes spelen van de Conference League.”
“Dus jaaj wielt geen Champions League of Europa League?”
“Nee joh. Conference League. Voor altijd de eerste. We gaan geschiedenis schrijven, Frank. Mark my words.”
“Dat ies geniaal, Mark. Ik ga meteen Dieck bellen.”
Frans
