In de aanloop naar de bekerfinale realiseerde ik me dat er een hele generatie is opgegroeid die Feyenoord nooit bij volle bewustzijn een prijs heeft zien winnen.
Al die kinderen hebben nu met eigen ogen gezien dat het nog steeds kan. Dat is belangrijk voor het geloof dat er nog meer mogelijk is.
Feyenoord-supporters zijn geen successupporters. Wij zijn geen glory hunters. Vooral de jongste generatie supporters is niet verwend. Toch blijven we de club en elkaar trouw en daar zijn we trots op. Dat is mooi. Het maakt ons sterk.
Er schuilt ook een gevaar in. Als we niet oppassen, wordt het zo’n sterk deel van onze identiteit dat we het feit dat we niks winnen, gaan koesteren. Eén stap verder en we nemen het elkaar kwalijk als we juichen als Feyenoord wél wat wint. “Namaaksupporter!”
De echte supporter blijft ook zonder prijzen trouw aan zijn club: I’m Feyenoord till I die. Toch ben ik blij dat er na 2002 (UEFA Cup) en 2008 (KNVB Beker) anno 2016 weer een cup in de kast staat.
De oplettende lezer merkt dat ik de ING Fair Play prijs uit 2006 niet meereken. Dat klopt. Van dat seizoen, met André Bahia en Serginho Greene in de verdediging, word ik nog wel eens gillend wakker.
Het winnen van de KNVB Beker is geen eindresultaat. Het is het vertrekpunt op weg naar meer. Vandaag telt gisteren niet meer, het gaat nu gewoon weer om morgen. Dat geldt voor iedereen in en rond onze club: raad van commissarissen, directie, personeel, technische staf, medische staf, spelers en supporters.
Vanaf nu is het gewoon weer werken om elke dag beter te worden. Om met zijn allen van Feyenoord die succesvolle club te maken die het kan zijn. Op jacht naar glorie.
Frans
