“We gaan een special maken over Henk Schouten. Wil jij ook iets schrijven?”
“Natuurlijk. Doe ik graag. Henk Schouten verdient dat. Zo’n geweldig kleurrijk mens. Hij heeft veel betekend voor de club. Hij kon een aardig potje ballen ook. Briljante speler. Ik zal nooit die wedstrijd vergeten tegen FC Jazz. Dat was zijn beste wedstrijd voor Feyenoord. Alles lukte. Voor rust scoorde hij twee beauties. Wat hem bezielde, weet ik nog niet, maar in de tweede helft gaf hij één van die Finnen een ongenadige schop voor zijn poten. Zomaar. BAM! Kreeg Henk rood. Kon-ie meteen gaan douchen. Zulke dingen. Typisch Henk.”
“Maar…”
“Henk hield ook wel van een pilsje. Toen hij nog bij Feyenoord speelde, ging de grap dat de club hem nooit heeft willen verkopen, omdat hij nog een aardig bonnetje had openstaan in de brasserie.”
“Maar…”
“Oh ja! En die keer dat ie op witte schoenen speelde. WITTE schoenen! Dat had nog geen Feyenoord-speler in zijn hoofd gehaald. Maar Henk deed dat gewoon. Alsof meneer de grote vedette was.”
“Dat was Henk Vos, hoor.”
“Ja, dat weet ik.”
“Maar ik vroeg of je een stukje wilt schrijven over Henk Schouten.”
“Weet ik. Maar Henk Schouten heeft zijn hele leven al zoveel mensen in de maling genomen, nu is hij even zelf aan de beurt!”
Meneer Schouten, al heb ik u nooit zien spelen, toch voelt u voor mij als een goede bekende. Mijn vader, ook van 1932, zag u spelen bij Holland Sport en hij vertelde mij over Mick Clavan, Bertus de Harder, Wim Landman en u. Mijn vader zag u spelen in De Kuip en hij vertelde mij over Coen Moulijn, Cor van der Gijp, Beer Kreijermaat en u. Volgens mijn vader was u een klasbak en ik wil de laatste zijn die hem tegenspreekt.
Dank u wel voor alles, ook namens mijn vader.
Frans
