‘Je hoeft niet te gaan’, zie ik mijn vriendin denken als wij onze agenda’s voor de komende weken doornemen en ik mezelf een paar keer hoor zeggen: “Dan speelt Feyenoord.”
Ze heeft gelijk: in die tijd kan ik ook iets anders doen. Een boek lezen. De was doen. Met de hond wandelen (als ik een hond had). Huiswerk doen voor de opleiding die ik volg. Werk. Ik moet nog een boek afmaken. Elk uur kan ik goed gebruiken.
Hoeveel uren zitten er in vijftig jaar Kuipbezoek? Twintig tot vijfentwintig wedstrijden per seizoen, inclusief oefenwedstrijden, competitiewedstrijden, bekerwedstrijden (altijd thuis!) en Europese wedstrijden. Per wedstrijd zeven tot acht uur, reistijd meegerekend. Per seizoen komt dat neer op zo’n honderdzeventig uur ofwel dertig werkdagen ofwel anderhalve maand werken. En dat vijftig jaar. Dat zijn vijfenzeventig maanden. Dat is ruim zes jaar, een tiende van mijn leven. De jaren dat ik ook alle uitwedstrijden, ook Europees, bezocht heb ik niet eens meegerekend.
Een groot deel van mijn leven ben ik bezig met het bezoeken van wedstrijden van Feyenoord in De Kuip. Plus het kijken naar wedstrijden op tv, lezen over Feyenoord, schrijven over Feyenoord en praten over Feyenoord. Het is een wonder dat ik daarnaast nog tijd heb gehad om te werken, te eten en te slapen.
Dat ik niet hoef te gaan, is trouwens niet helemaal waar. Er zijn dingen in het leven die je kunt uitstellen. Een boek lezen. De was doen. Dat kan allemaal op een ander moment. Een wedstrijd van Feyenoord wacht niet. Feyenoord wacht op niemand. Feyenoord is een magneet met een kracht die weinigen kunnen weerstaan. Diep vanbinnen bij elke Feyenoord-supporter zit iets dat met zo’n enorme kracht naar die club van Zuid wordt getrokken, daar is geen houden aan.
Ik heb niet voor niets geen hond.
Frans
