Of het nu was bij een etentje met een groep supporters in restaurant Malakka of bij een vergadering van Supporters Steunen Feyenoord of bij een toevallige ontmoeting in het Maasgebouw, ik geloof niet dat ik ooit ‘Gerard’ tegen hem heb gezegd. Het is altijd ‘meneer Meijer’. Een mooie en ingetogen manier om eer te betonen aan dit clubicoon. Als je ome Gerard goed observeert, is dat wat je ziet: een meneer. Dat moet ook wel als je getrouwd wilt zijn met een gravin.
Wat ome Gerard niet weet, is dat ik, elke keer als ik hem zie en vriendelijk ‘dag meneer Meijer’ zeg, in mijn hoofd nóg iets denk, dat ik er niet bij zeg. In mijn hoofd klinkt altijd een raar rijmpje dat ik in mijn leven tientallen en misschien wel honderden keren hoorde van mijn vader. Als de naam ‘Gerard Meijer’ viel, sprak hij altijd dit rijmpje:
Gerard Meijer
maak je broek wat wijer
maar maak ‘m niet zo wijd
dat-ie van je kont afglijdt
Hij zei het als we in De Kuip zaten of als we thuis voetbal keken op tv. Zodra de naam van Gerard Meijer klonk, kon je er vergif op innemen dat mijn vader zou zeggen:
Gerard Meijer
maak je broek wat wijer
maar maak ‘m niet zo wijd
dat-ie van je kont afglijdt
Het gevolg hiervan is dat ik nu, tientallen jaren later, elke keer als ik Gerard Meijer zie of mijzelf ‘dag meneer Meijer’ hoor zeggen, de stem van mijn vader hoor met dat rare rijmpje. Ik kan er niks aan doen, het is sterker dan mijzelf. Ik hoop maar dat Gerard Meijer – opmerkelijk genoeg een anagram van ‘RARE GERIJMDE’ – er zelf om kan lachen. Een schrale troost voor hem is, dat mijn vader zijn rare rijmpje ook uitsprak bij het horen van de namen van Anita Meijer en Geert Meijer. Het was dus niks persoonlijks.
Frans
