Mijn vader overlijdt in de vroege ochtend van 17 november 2008, op de zevende verjaardag van mijn jongste zoon. We hadden de kleine jongen voor zijn verjaardag graag een origineler cadeau gegeven. Ik vergeef het mijn vader, die wel vaker tegendraads kon zijn.
Na zijn overlijden gaat zijn auto, een rode Peugeot, naar Sven, de jongste zoon van mijn zus. In onze familie wordt de wagen liefkozend ‘rooie slet’ genoemd, omdat het autootje zich door iedereen gewillig laat gebruiken.
In de achterbak vindt Sven een oude regenjas van mijn vader. Hij voelt of er nog iets in de zakken van de jas zit. Ze zijn leeg. Of wacht… Uit een van de jaszakken komt een opgerold papiertje tevoorschijn. Sven ontrolt het en ziet dat het een toegangskaartje is voor Stadion Feijenoord. Vak G, ƒ4.- staat erop.
In de jaren zeventig staan mijn vader, zus en ik meestal op Vak G. We zitten ook wel eens op de houten banken vlak achter het doel, op Vak Y. Mijn vader geeft de voorkeur aan een staplaats op Vak G, omdat hij daarvandaan beter zicht heeft op het veld. In die tijd is Vak G nog een gemengd vak: je staat er tussen supporters van de bezoekende club. Dat is dan nog heel gewoon.
Sven doet mij het kaartje, netjes ingelijst, cadeau. Dankzij oud-Professor Feyenoord Hans Twigt weet ik inmiddels dat het kaartje dateert uit seizoen ‘78/’79. Václav Ježek is dan trainer van Feyenoord dat niet bepaald zijn beste jaren beleeft. Het gemiddeld aantal toeschouwers in De Kuip ligt dat seizoen iets onder de 19.000. Hoogtepunt in die periode is de bekerwinst in 1980 in een finale tegen de aartsrivaal: 3-1. Dat dan weer wel.
Het ingelijste kaartje van Vak G staat op de kast in mijn woonkamer. Als tastbaar aandenken en eerbetoon aan mijn vader en als dank voor het mooiste cadeau dat-ie mij heeft gegeven en dat ik doorgeef aan mijn zoons: de liefde voor Feyenoord, in voor- en tegenspoed.
Frans
