Er was eens een koning met een kasteel van adembenemende schoonheid. Alle andere koningen waren stikjaloers op hem. De enige die dit niet zag, was de koning zelf. Al jaren maakte hij er in en rond zijn kasteel een rommeltje van. Toen hij tien jaar geleden weer eens langs de rand van de afgrond ging, had hij zich met geld van vrienden kunnen redden. Hierdoor leek zijn koninkrijk weer heel wat, maar in feite had hij nog steeds geen rooie cent.
In plaats van bij zichzelf te rade te gaan en in zijn koninkrijk orde op zaken te stellen, gaf de koning zijn kasteel de schuld. “We moeten een nieuw kasteel!” riep hij.
“Maar schat, dat het niet goed gaat, daar kan ons kasteel toch niks aan doen?” zei de koningin. “Zonder ons prachtkasteel en onze trouwe onderdanen waren we nu nergens.”
“Doe niet zo sentimenteel!” wierp de koning tegen, “we moeten vooruit!” Met brede armgebaren vertelde hij hoe hij met een nieuw kasteel de wereld wilde veroveren.
“Hoe wil je dat betalen?” vroeg de koningin. “Je hebt geen cent.”
“Groot denken!” zei de koning. “Ik ken een rijke bankier en van hem kunnen we vast veel geld lenen.”
“Dat wil ik graag geloven, lieverd”, zei de koningin. “Maar geld lenen kost geld. En hoe meer je leent, hoe meer het je kost. Wie moet dat kasteel eigenlijk gaan bouwen?”
“Nou, toevallig ken ik een wereldberoemd architect en die heeft ook verstand van kastelen”, zei de koning.
“Zo. En hoeveel kastelen heeft-ie al ontworpen?”, vroeg de koningin.
“Nou uh, tja uh, niet één eigenlijk”, kuchte de koning.
De koningin schoot in de lach. “Een wereldberoemd architect met verstand van kastelen die er nog nooit één ontwierp! Lieve schat, geloof je nu ook al in sprookjes en luchtkastelen? Weet je, dat mooie kasteel waar jij van droomt, dat héb je al.”
“Hoe bedoel je?” vroeg de koning.
“Je staat er met je neus bovenop, suffie. Doe ‘s een stap naar achteren”, zei de koningin.
De koning deed een stap achteruit. En nog een. Opeens zag hij wat hij jarenlang niet had gezien, omdat-ie er te dichtbij had gestaan: het kasteel waar hij al die jaren van had gedroomd. Zijn mond viel open. “Wow!” sprak de koning, “het is een mirakel! We blijven!”
De koningin en alle onderdanen reageerden verheugd op het goede nieuws en zij leefden nog lang en gelukkig.
Frans
