Feyenoord is als een oneindige aflevering van ‘Goede Tijden, Slechte Tijden’. Met spelers en trainers in de hoofdrol en de supporter als onbetaalde figurant.
Die supporter heeft de afgelopen tien jaar goede tijden gekend. Sinds 2015 werd Feyenoord twee keer kampioen, won het drie keer de KNVB Beker, twee keer de Johan Cruijff Schaal en het behalen van een Europese finale is ook een uitzonderlijke prestatie.
De goede tijden zorgden voor rust. Weg was de hoon die ons zo vaak ten deel viel van foute familieleden, vrienden, collega’s of klanten. Weg waren de schampere opmerkingen. ‘Het gaat niet zo best met je cluppie, hè?’ Joh, laat me met rust.
De successen zorgden er ook voor dat supporters dachten dat het winnen van prijzen bij Feyenoord normaal is. Tot dit seizoen, nu gaat het soms wat minder af en toe. Dat is even schrikken. De supporter die al wat langer naar Feyenoord gaat beleeft een déjà vu. Dit voelt zoals het altijd al was: een seizoen waarin we twee keer verliezen van de aartsrivaal, doelpunten weggeven, doelpunten tegen krijgen van spelers die nooit scoren maar wel tegen ons, dubieuze pingels tegen krijgen en punten verspelen door tegendoelpunten in blessuretijd.
Ervaren Feyenoorders schrikken er niet van. Het is niet wat ze willen, maar ze hebben het allemaal al meegemaakt. Ook de hoon die weer de kop opsteekt. Die is als Pokon voor hun liefde voor Feyenoord en voor hun afkeer van allen die laten blijken die liefde niet te delen. Het zijn twee kanten van dezelfde munt.
De geschiedenis van Feyenoord leert: slechte tijden maken ons sterker. Slechte tijden bepalen welke supporters gaan en wie blijven staan. Zij zijn degenen die door de hoon zijn gehard en in wie de liefde voor Feyenoord levenslang zal zijn verankerd. Als het in de toekomst weer eens wat minder gaat af en toe, zullen zij er nog staan en kunnen zij met recht zeggen: ‘Win, lose or tie, I’m Feyenoord till I die’.
Frans
