“Wat zie jij er moe uit”, zegt Bas als wij elkaar na onze vakanties weer zien. Bas is een klant van mij en ook Feyenoord-supporter.
“Vind je het gek?”, zeg ik, “ik heb geen moment rust. Ik kan niet eens even naar de winkel. Ik kan geen uurtje gaan sporten, laat staan een nacht slapen of Feyenoord heeft alweer een nieuwe speler gekocht.”
“Oh, dat! Haha, dat herken ik wel, ja”, lacht Bas.
Veel mensen genoten de voorbije maanden van een topzomer. Ze lagen in de tuin, op het strand of ze gingen het water op. Ze ogen ontspannen en uitgerust. Nee, dan wij, arme Feijenoorders. Wij zitten maandenlang aan onze laptop of smartphone gekluisterd om maar niets te missen van deze historische transferwindow. Uiteindelijk tellen we vijftien nieuwe spelers. Vijftien!
Wat mij het meest opvalt, is dat we niet één supertalent hebben aangetrokken waar heel Europa achteraan zit. In voorgaande zomers werden wij lekker gemaakt met supertalenten: Emil Hansson, Mats Knoester, Wan Kuzain Wan Kamal, Mohamed El Hankouri, Messah Ranu, Jamie Dunning, Furkan Ulutas, Aleksander Buksa en Jan Paul van Hecke. Stuk voor stuk betiteld als supertalent. Enkele zijn op het heilige gras van De Kuip te bewonderen geweest. De meeste niet.
Deze zomer krijgt geen enkele nieuwe speler het predicaat ‘supertalent’. Timber niet. Szymański niet. Giménez niet. Paixão niet. Ik weet niet of dat is omdat zij dat stadium al voorbij zijn of omdat het geen supertalenten zíjn.
Feyenoord is wel heel even met een supertalent in verband gebracht: de 19-jarige Zweed Mayckel Lahdo. Lahdo kwam niet. Hij speelt nu bij AZ. Ik geloof best dat hij goed kan voetballen. Toch ben ik er niet rouwig om dat hij in Alkmaar speelt en niet bij ons. Feyenoord heeft zich deze zomer niet versterkt met het zoveelste supertalent, maar gewoon met retegoeie voetballers.
Frans
