Ik mis Brian Priske. Toen hij onze trainer was kon ik zowat elke dag een column schrijven over Feyenoord. De onderwerpen werden mij door medesupporters in de schoot geworpen.
“Weet je waar je ‘s een column over moet schrijven?
Over die debiele dorpspastoor van een Priske.”
“Weet je waar je ‘s een column over moet schrijven?
Over die idiote huddle van Priske.”
“Weet je waar je ‘s een column over moet schrijven?
Over die rare wissels van Priske.”
“Weet je waar je ‘s een column over moet schrijven?
Over al die blessures onder Priske.”
In elke ontmoeting, elk telefoongesprek, in appjes en reacties op sociale media, steeds weer kwam de boodschap op hetzelfde neer: je moet die Priske aanpakken.
Behalve toen Feyenoord won van Girona, Benfica, Sparta Praag en Bayern en na een 3-0 achterstand fenomenaal gelijkspeelde tegen Manchester City, toen bleef het stil.
‘Als je wint, heb je vrienden. Rijen dik, echte vrienden’, zongen Hennie Vrienten en Herman Brood. Als je schrijft over Feyenoord is het andersom: als Feyenoord verliest, heb je kameraden. Rijen dik, echte kameraden. Hoe slechter het gaat met Feyenoord, hoe beter zij weten waarover ik moet schrijven.
Laatst dacht ik daar iets op te hebben gevonden, dus ik vroeg: “Wat wil je dat ik daarover schrijf dan?”
“Dat weet ík niet. Jij bent toch columnist?”, kreeg ik als antwoord.
“Maar jij weet toch zo goed wat ik moet schrijven? Schrijf die column dan zelf, dan beloof ik je dat ik ‘m zal lezen.”
“Ik ben niet in die positie. Ik deel jouw column wel op mijn tijdlijn.”
Dat schiet dus ook niet op.
Wat wel opschiet, zijn betere resultaten. Na het vertrek van Priske en de aanstelling van Bosschaart en Van Persie is mijn tipgevers het zwijgen opgelegd. Zonder Brian Priske sta ik er weer helemaal alleen voor.
Frans
