En weer is het woord gevallen: ’topsportklimaat’.
Giovanni van Bronckhorst begon er zelf over: “We zijn hard op weg om hier een topsportklimaat te creëren, maar dat gaat niet snel.”
Dat laatste mag je gerust een understatement noemen, want tussen Gio’s woorden en die van Peter Bosz, die als eerste wees op de noodzaak van een topsportklimaat, liggen bijna tien jaar.
In de voorbije jaren misten meer trainers bij Feyenoord een topsportklimaat.
Gio’s voorganger Fred Rutten wees er ook al op. En ook Ronald Koeman sprak van een gebrek aan professionaliteit: “Bij Feyenoord maak ik nog steeds dingen mee, waarvan ik denk: hoe is dit in hemelsnaam mogelijk?” Hij doelde niet alleen op een gebrek aan professionaliteit bij spelers, maar ook in andere geledingen van de organisatie.
Toen Peter Bosz bij Feyenoord een topsportklimaat op de agenda zette, was het 2007. De directie steunde zijn technisch beleidsplan en organiseerde trots een informatiebijeenkomst voor supporters. In het Maasgebouw verzamelden zich een paar honderd geïnteresseerden die werden ontvangen met koffie en cake. Nieuwsgierig naar de plannen van hun club zochten zij een plaatsje in de zaal.
Peter Bosz had een nette PowerPoint-presentatie voorbereid om de hoofdlijnen uit zijn beleidsplan goed over het voetlicht te brengen. Hij pleitte onder meer voor uitbreiding van het begeleidingsteam rond de selectie.
Terwijl hij hierover sprak, konden de aanwezigen op het scherm achter hem zien uit welke specialisten zo’n team moest bestaan: een spitsentrainer, een conditietrainer, een krachttrainer, een mentaal begeleider en een voedingskundige.
Bij het zien van dat laatste riep een van de aanwezige supporters: “Wat motte we nou weer met een verloskundige?!”
Peter Bosz kon er niet om lachen.
Het was het hoogtepunt van de avond.
Frans
