Vanaf komend seizoen schrijf ik maandelijks een column voor Yada Biad, het magazine van de Al-Hala Supportersvereniging. Al-Hala komt in Bahrein uit in de Premier League. De club neemt de laatste plaats in, maar is ambitieus en wil binnen vijf jaar toegroeien naar een structurele plek in de top drie. Dat is ambitieus, want Al-Hala heeft een bescheiden erelijst. De club won namelijk nog nooit iets, maar ik zie zeker kansen.
Tijdens de winterstop ben ik naar Bahrein gereisd en daar heb ik naast de clubvoorzitter ook de voorzitter van de Al-Hala Supportersvereniging ontmoet. Die telt momenteel 27 leden en de nieuwe voorzitter wil toegroeien naar 27.000 leden.
In mijn column ziet hij de katalysator van dat succes.
Nederlandse media zullen straks ongetwijfeld suggereren dat ik enkel voor het geld naar die zandbak ga. Dat is onzin. Ten eerste is het voetbal daar van een veel hoger niveau dan veel mensen zich hier realiseren. Op tweede kerstdag bezocht ik de wedstrijd East Riffa-Al-Hala (3-2) en die wedstrijd zou in de Bundesliga of Primera Division niet misstaan. Ik ben er van overtuigd dat het nationale voetbalteam van Bahrein binnen vijf jaar in de finale van een WK staat.
Dat ik daar 200.000 Bahreinse dinar (omgerekend €500.000) per maand ga verdienen, is natuurlijk mooi meegenomen, maar het is niet de reden om te gaan.
Ik zie deze stap vooral als een journalistieke uitdaging. De plannen van Al-Hala en de Supportersvereniging spreken me aan en ik wil daar graag mijn steentje aan bijdragen.
Aan mijn gevoel voor humor moeten ze bij Al-Hala nog even wennen. Toen de clubvoorzitter zijn plannen presenteerde en vertelde dat Al-Hala binnen vijf jaar kampioen moest worden, antwoordde ik dat-ie er dan wel voor moest zorgen dat ze dit seizoen boven de degradatiestreep eindigen. “Als jullie dat al-hala”, voegde ik er lachend aan toe.
De voorzitter keek me aan en lachte als een sjeik die kiespijn heeft.
Frans
