‘Wil jij vlaggen?’
Elk weekend is dit een van de meest gehoorde vragen langs de amateurvelden.
Nooit hoor je: ‘Nou, graag’.
Het is ook een hele verantwoordelijkheid. Jij geeft aan of het een corner is of een doeltrap, een ingooi (en voor welk team) of buitenspel.
Van deze situaties zorgt buitenspel het vaakst voor discussie.
De buitenspelregel is simpel: een speler staat buitenspel als-ie zich dichter bij de doellijn van de tegenpartij bevindt dan de voorlaatste tegenstander en de bal.
De speler kan alleen buitenspel staan op de helft van de tegenstander en als het eigen team de bal heeft.
Vroeger werd buitenspel opgeheven als een tegenstander de bal van richting veranderde. Dat is nu alleen nog zo als dit met opzet gebeurt. Gebeurt dat per ongeluk, dan wordt buitenspel niet opgeheven.
Als een speler buitenspel staat maar de bal net niet ontvangt omdat een verdediger met een uiterste inspanning de pass onderschept, waarna de bal belandt bij een tegenstander en die scoort, staat de speler die buitenspel stond niet buitenspel.
Als de poging van de verdediger de bal te onderscheppen mislukt en de speler die buitenspel staat ontvangt de bal en er wordt uit die situatie gescoord, is het
buitenspel.
Tot slot nog een tip voor als je gaat vlaggen: loop mee met de laatste man in de verdediging, de keeper niet meegerekend. Dat is noodzakelijk om te zien of de voorste man van de aanvallende partij buitenspel staat. Of dat laatste zo is hangt af van de positie van de speler op het moment van spelen van de bal door een medespeler. Soms zit daar veertig meter tussen, soms meer. Dan is het onmogelijk
te zien of een speler op moment van spelen van de bal door een medespeler, ergens anders op het veld, buitenspel staat. Elf tegenstanders en enkele toeschouwers zullen je dan laten weten dat zij het wel hebben gezien.
Veel plezier met vlaggen!
Frans
