Zes-nul. Dat is even wat anders dan de 1-1 tegen Sturm Graz in 2000.
Na de 2-1 nederlaag in Graz twee weken eerder, is Feyenoord uitgeschakeld. De Oostenrijkers snijden ons de pas af. Alweer.
Rapid Wien doet dat al in 1996. Na de 1-1 in De Kuip wordt Wenen-uit een nachtmerrie. We mogen er niet zijn van de UEFA en dus zijn we er toch. Einen Feyenoord-Fan kann man nicht fernhalten.
Al in de tweede minuut is het 1-0 door de Duitse reus Carsten Jancker. De 2-0 door Christian Stumpf voelt als een vuistslag. Tien minuten voor rust scoort Jancker opnieuw: 3-0. Het is klaar. Schluss.
In de rust wil ik het stadion uit en ik ben niet de enige. Stewards verhinderen een vroegtijdig vertrek. Dit zorgt voor zoveel boosheid bij de Feyenoord-supporters dat wij toch mogen vertrekken. Einen Feyenoord-Fan kann man nicht aufhalten.
Ik neem de tram richting hotel. Onderweg staar ik verdoofd naar buiten. Tot ik word aangesproken door een Rapid-supporter. Hij draagt een spijkerjack dat is bedekt met tientallen Rapid-badges en -speldjes. Hij oogt fors en vriendelijk.
‘Das war nicht viel, oder?’
Ik schud mijn hoofd. Ik hoop dat hij begrijpt dat ik liever met rust gelaten word.
Die hoop blijkt ijdel.
‘Fährst du morgen zurück?’
Ik knik.
‘Warst du auch im Stadion?’, vraag ik.
De Rapid-man knikt.
‘Warum bist du dann schon gegangen?’ vraag ik.
‘Drei zu null. Ist gespielt’, zegt hij achteloos en haalt zijn schouders op. Hij zegt het alsof hij naar het stadion is gegaan om te checken of Rapid ging winnen. Om, toen bleek dat dit zo was, naar huis te gaan. Je blijft toch ook niet voor de wasmachine zitten als de was al klaar is? Zoiets.
Ik kan mij niet voorstellen dat ik in de rust zou weggaan bij een 3-0 voorsprong. Maar ja, hoe vaak komt dat voor?
De Rapid-man wenst mij een goede avond in Wenen.
Ik bedank hem. Ik kan wel janken.
Frans
