Midden jaren tachtig ontmoet ik Herman. Herman is goed bevriend met Sjaak Swart. Zo goed zelfs, dat hij wel eens meedoet met het wekelijks partijtje voetbal van Sjaak Swart, Freek de Jonge en Maarten de Vos.
Op een dag vertelt Herman mij dat Willem binnenkort komt meetrainen. De Vos, bevriend met Willem, heeft hem uitgenodigd. Of ik zin heb om mee te doen.
Ik walg bij de gedachte dat ‘mijn’ Willem een balletje gaat trappen met Sjaak Swart. Maar de gedachte dat ík met Willem een balletje kan trappen, doet mijn hart sneller kloppen. Ik zeg dus ‘ja’.
Een week later zit ik in een kleedkamer van de Jaap Edenhal mijn voetbalschoenen te strikken, als Willem komt aansjokken. Herman stelt mij voor aan Willem en we schudden elkaar de hand (WILLEM GEEFT MIJ EEN HAND!).
Willem en de anderen maken grappen en er wordt gelachen. Ik lach af en toe verlegen wat mee en zeg niks.
Willem heeft een plastic tasje bij zich met wat trainingsspullen. Op één ding na: een broekje. Hij vraagt of een van ons misschien nog een broekje bij zich heeft. Niemand heeft dat, behalve ik. Ik geef het broekje aan Willem. Het is aan de krappe kant en zit strak rond Willems kolossale bovenbenen, maar Willem vindt het prima zo.
Even later gaan we het veld op. Ook tijdens het partijtje voetbal wordt veel gedold en gelachen. Ik geniet met volle teugen ook al word ik soms scheel getikt. Ik sta daar toch maar mooi met Willem. En Willem staat daar toch maar mooi in MIJN broekje.
Na afloop douchen we. Daar staan mijn grote idool en ik in ons blote kont naast elkaar. Ik durf nog steeds geen woord uit te brengen. Ook niet als even later mijn broekje in Willems plastic tasje verdwijnt.
Als je denkt dat Willem mijn broekie pikt, vergis je je. Willem weet dat hij mij gelukkig maakt met de gedachte dat hij thuis rondloopt in mijn broekje en het draagt tijdens zijn vakantie, op zon- en feestdagen, en in bed.
Frans
