Enthousiast heb ik ‘ja’ gezegd toen Joost vroeg om met een groep Feyenoord-vrienden te gaan vissen.
Als jochie viste ik met mijn vader in de ondiepe sloot achter ons huis in Wateringen. Hij leerde mij de vis voorzichtig te ontdoen van de haak en ’m van mijn hand weg te laten zwemmen.
Het is nog donker als wij om half zes in de haven van Stellendam aan boord gaan van het schip dat ons zal brengen naar plekken waar wrakken op de zeebodem liggen. Daar zit vis. Kabeljauw. We gaan wrakvissen. Na een korte nacht voel ik mij geradbraakt. Het wordt er niet beter op als de schipper, een vriendelijke vijftiger met een verweerd gezicht onder een zwarte wollen muts, zegt dat het koffieapparaat is bevroren. Aan dek hangt Joost een Feyenoord-vlag op en koffieloos gaan we varen.
In het donker heeft de zee ons weinig meer te bieden dan het geluid van de motor, klotsend water en ritmisch gekraak. In de ijskoude kajuit liggen enkele kameraden in foetushouding te slapen. Andere leren hoe zij het levend aas, zogeheten zagers, een groot uitgevallen kruising van een worm en een duizendpoot, aan de haak moeten rijgen. De gevangen vis moet met een hamer een korte, harde klap op de kop krijgen om uit zijn lijden te worden verlost. ‘Moeten we dat nog oefenen?’ vraagt Marco met geheven hamer en een blik in mijn richting.
Als het buiten licht is, zweven zeemeeuwen bewegingloos met ons mee. De wolken en de mist verenigen zich tot een eindeloos grijs decor. Bij het eerste wrak gaat de motor uit. We drijven mee met de stroming. Op een teken van de schipper worden de lijnen uitgeworpen en even later op zijn teken weer opgehaald. Met een gerichte, harde klap mept Marco een kabeljauw knock-out. Dit ritueel herhaalt zich: uitwerpen, wachten, binnenhalen, vis op dek, hamer, klap.
Een uur later varen we naar een volgend wrak. Daar herhaalt zich de slachting. Heel anders dan hoe mijn vader mij ooit leerde vissen.
Op de terugreis naar de haven vouwt Joost de Feyenoordvlag op en maakt Marco de gevangen vis schoon. Hij snijdt de knoppen eraf en verdeelt de vangst over twee vuilniszakken. Hij geeft er een aan mij. Ik hoef even geen vis. Ik wil koffie.
Frans
